Dick Timmerman

parijse bijbel De zoektocht naar extreem dun perkament

 Dick Timmerman

Al jarenlang houd ik me bezig met het raadsel van het zeer dunne perkament waarmee de Parijse Bijbeltjes* gemaakt zijn. Het schrijven op zulke kleine pagina’s! Zo klein, mooi en regelmatig. Het is voor mij onvoorstelbaar hoe de schrijvers dit voor elkaar hebben gekregen.
Maar dan het perkament zelf. Prachtig dun en egaal. Het is een raadsel hoe ze zulk fijn en dun perkament hebben kunnen maken. Er is geen boek of artikel over perkament dat hier niet op in gaat. Dit artikel is een verslag van mijn zoektocht naar de oplossing van dit raadsel.

Een vijftal jaren terug was ik op bezoek in Levroux bij de perkamentmaker die ook levert aan de Bibliothèque Nationale in Parijs. Wanneer je in zijn bedrijf goed rondkijkt zie je alleen maar betrekkelijk kleine geitenvellen. In de omgeving zie je kuddes geiten, maar nooit oude. M.a.w. daar worden de geiten geslacht op een leeftijd die ideaal is voor de goede dikte voor het te verkrijgen vel. Dat scheelt veel werk want het dunnen van een huid is een behoorlijke klus.

0,04 mm dikWanneer ik mijn eigen activiteiten in ogenschouw neem, dan krijg ik vaak het verzoek om een bepaalde dikte te leveren; dik of dun maar ook extreem dun, zoals voor de orgelmakerijen. Bij Orgelmakerij Reil in Heerde vraagt men een dikte van 0,15 mm. Heel dun, maar nog steeds dikker dan een sigarettenvloeitje. Om deze dikte te verkrijgen neem je in ieder geval jonge huiden, die van zichzelf al dun zijn. Hieraan ga je zo werken dat je ongeveer de gewenste dikte overhoudt. Het is mogelijk zo te schaven en te schuren dat alleen de epidermis resteert, uiterst dun en fragiel. Het omgekeerde is ook mogelijk: je schaaft alleen de epidermis weg en gaat daarna de recticulaire laag verder bewerken naar de gevraagde dikte. Dit is een veel tijd vragende bewerking.

0,04 mm dik perkament

 

abortief perkament
abortief perkament

Dit allemaal te weten doet je ook beseffen dat men in de Middeleeuwen misschien wel veel tijd had maar toch niet zoveel om al die vellen voor al die boekjes binnen een bepaald tijdsbestek te kunnen fabriceren. Daarnaast veronderstel ik dat men niet al te veel tijd besteedde aan experimenteren maar meestal werkte vanuit de geleerde traditie omtrent dit ambacht. Kan het zijn dat ze voor het extreem dunne perkament “gewoon” andere beesten gebruikten?

Ik kan veel en regelmatig mijmeren over de loop van het leven, ook in vroeger tijden. Dan probeer je je voor te stellen hoe dit niet al te schone werk verricht werd en ook dat deze mensen een groot deel van de dag bezig waren met “het drek der aarde” . Veel tijd om te experimenteren zullen ze niet gehad hebben. Helaas weten we niet zo veel meer over deze praktijken. En wanneer daar dan eeuwen over heen gaan, dan spreken wij ondertussen al heel erg lang over het raadsel van de dunne vellen.
Je streelt wel eens een beest, maar dan niet in de eerste plaats om dit dier aan te halen of aardig te vinden, maar om te voelen hoe dik de huid is. Een hond aaiend, dan valt je op dat de huid van de ene hond dikker is dan de andere. Beter gezegd: dunner is dan de andere. Een konijn vasthoudend, dan voel je een dunnere huid. Terwijl ik dit schrijf ervaar ik wel een soort beroepsdeformatie bij mezelf…

En hiermee kom ik tot de kern van het probleem. Ik heb een buurman die beroepshalve wel eens verkeersslachtoffers (dieren) meeneemt. Hij brengt me wel eens de huid van een hert, haas of konijn. Deze huiden  heb ik bewerkt. Verrassend was de
fijnheid, de mooie egale structuur en de dikte van de huid. Maar bij de huid van een groot konijn kreeg ik een probleem. Deze huid liet zich niet op de gebruikelijke manier met klemmen opspannen. De opspanklemmen waren te zwaar, de huid begaf het en ik hield alleen maar stukken over die het woord ‘geheel’ niet verdienden. Je moet dus eigenlijk weer terug naar de bevestiging met stokjes, steentjes en touwtjes. Maar de restanten vel waren wel goed en ook goed te beoordelen. Deze stukken
waren extreem dun, veel dunner dan de vellen voor b.v. de orgelmakerijen. Dit perkament had wel de dikte van het genoemde sigarettenvloeitje!
Ik hoop de komende periode tijd te kunnen inruimen voor verdere experimenten. Spannend! Ik heb het heel sterke vermoeden dat men in de Middeleeuwen hondenperkament en konijnenperkament heeft gemaakt. Mocht dit waar zijn dan is het raadsel van de Parijse Bijbeltjes opgelost.

De hoop dat deze oplossing dicht bij de waarheid komt, wordt, hoe frappant, heel erg versterkt door de correspondentie die ik voerde n.a.v. de onderwerpen die worden beschreven in het boek ‘Wereld in woorden, geschiedenis van de Nederlandse literatuur 1300 – 1400’ van Frits van Oostrom. Een man die op indrukwekkende wijze schrijft over de Middeleeuwen: literatuur over literatuur. Maar mij gaat het vooral om wat hij over perkament schrijft: ” in Brugge was rond 1340 niet alleen Ghilbeerd de scrivere commercieel actief, maar ook de perkamentverkoopster Isabel van Roeselare en kantoorboekhandelaar Goris de liberalis, die meer boeken heeft dan wie ook in de stad, en bij wie men tevens ganzenpennen en zwanenveren kon bekomen, alsmede DIVERSE soorten perkament.” (p.21).  En op pagina 212-213 schrijft Van Oostrom over “de ultracompacte zakbijbeltjes. Een boekje van 13 x 8 cm en dus letterlijk handzaam van formaat: omstreeks 1400 bladzijden, haarscherp volgepend, niet met een ganzenveer maar iets van een veel kleiner vogeltje, tot het uiterste gepunt om met een naald Gods woord te tatoeëren op VLIESDUN perkament waarvan de fabricage nog altijd een RAADSEL is. Een dundruk-Bijbel zogezegd, maar dan met de hand geschreven: circa 3,5 kilometer tekst in een verbijsterend regelmatig, volmaakt leesbaar nano-lettertje.” Tenslotte schrijft hij over het Brugse boekje van omstreeks 1370 met “inkijkjes onder de toonbank, zoals Leon de handschoenmaker verkoopt handschoenen van schapen-, herten- en HONDENLEER. Ook maakt hij tassen en riemen, maar dat doet hij stiekem.” (p 525).
Wanneer men hondenleer gemaakt heeft, dan is er waarschijnlijk ook hondenvlees gegeten. In verschillende landen is dit nog steeds gebruikelijk. Maar persoonlijk ga ik een hond zijn jas niet uitdoen Dit is voor mij dus niet uit te testen en daar ben ik blij mee. Hiermee kom ik weer terug op het boek van Van Oostrom. N.a.v. de hierboven geschreven dictaten heb ik gevraagd of hij mijn visie kon delen. Hij verwees mij heel stellig en vriendelijk naar de Universiteit van Leiden, naar iemand die mijn bevindingen ten volle op waarde kon schatten. En zo kwam ik terecht bij Erik Kwakkel, Leiden University, English Department. Een enthousiast codicoloog, die een schitterende blog over middeleeuwse boeken maakt. Hij schrijft me over een onderzoeksteam in York, dat tests uitvoert op vellen. Uit nog niet gepubliceerd onderzoek blijkt dat het wel degelijk om kalfshuiden gaat. Ze baseren zich daarbij op analyse van het dierlijk proteïne. (http://libraries.mit.edu/news/books-beasts-parchment/14748/ )

Mijn bevindingen zijn misschien aardig, maar mijn hypothese is dus onjuist. Dit is niet erg, maar maakt het wel spannend. Mijn queeste naar extreem dun perkament gaat dus verder. Welke methode gebruikte men dan? Zelfs uitgaande van abortieven van kalf praat je toch al over zeer dun perkament, maar zelfs dan moet nogal flink geschaafd en geschuurd worden om het flinterdunne perkament te verkrijgen dat geschikt is voor de orgelmakerij, nog steeds dikker dan dat van de bijbeltjes. 
Eigenlijk is het best wel irritant dat ik nu nog niet weet HOE de vellen zo dun zijn gemaakt. Ik kan me nog niet voorstellen dat daar zo veel tijd aan werd besteed. Er moet dus een andere manier zijn… Dit neemt niet weg dat de waardering voor deze vakmensen alleen maar nog meer toegenomen is. Verder onderzoek blijft nodig.

 * Een type zakbijbeltje voor persoonlijke devotie. Het kon in Parijs, maar ook in bijvoorbeeld Oxford of Bologna gemaakt zijn