Een band met een verhaal: ‘La nuit bleue’ van Germaine Coster en Hélène Dumas (1984)

Jan Storm van Leeuwen
foto’s Koninklijke Bibliotheek, Den Haag

Een tentoonstelling van werken van Pierre Lecuire
In 1984 ontmoette ik voor het eerst Pierre Lecuire bij een ontvangst ten huize van Michel Wittock en vóór de opening van een tentoonstelling van diens werk in de Bibliotheca Wittockiana in Brussel. De Fransman Lecuire (geb. 1922) is geen binder maar dichter en samensteller van kunstenaarsboeken. Het enthousiasme waarmee hij over zijn boeken sprak was aanstekelijk en de tentoonstelling nog meer. Zoveel prachtig gecomponeerde boeken, op royaal formaat, met fraaie moderne prenten, verfijnde typografie op bijzonder papier! Diverse malen waren de losse dubbelbladen van één boek naast elkaar neergezet, zodat er niet alleen maar de ene gebruikelijk opening te zien was. Er werden ook ruim veertig moderne Franse en Belgische luxebanden getoond, elk om een exemplaar van een boek van Lecuire. Een groep van zes relatief kleine banden om exemplaren van La nuit bleue viel speciaal op door het zeer hoge formaat. Het lukte om de tentoonstelling naar de Koninklijke Bibliotheek te halen. In januari en februari 1986 sierde deze de twee boven elkaar gelegen tentoonstellingsruimten. Begin januari 1986 richtten Pierre Lecuire en zijn vrouw Mila deze prachtige tentoonstelling zelf in volgens een van te voren gemaakt plan. Hun langere aanwezigheid in Nederland zorgde voor verder contact met mij en mijn vrouw en daaruit is een blijvende vriendschap gegroeid.

 

Banden om boeken van Lecuire in de Koninklijke Bibliotheek
Intussen was me gebleken dat de boeken van Lecuire ideaal waren om moderne binders te laten binden en de directie stond me toe enkele te kopen. Het laten binden zou vele jaren in beslag nemen, want dat ging elke keer pas na lang en rijp beraad, gesprekken met de beoogde kunstenaars en de mogelijkheid voor langere tijd gelden te reserveren.
Deze actie moest aansluiten op de gewone aanschaf, die inhield dat de Koninklijke Bibliotheek geleidelijk een collectie zou krijgen van voorbeelden van de bindkunst uit alle eeuwen en de belangrijkste landen, voor zover de financiën het toelieten. Voor de moderne tijd betekende dat voorbeelden van de meeste vooraanstaande binders. Een band ontworpen door de kunstenares Germaine de Coster (1895-1992) en uitgevoerd door Hélène Dumas (1896-1995) bezat de KB echter niet. Het weinige dat op de markt kwam was onbetaalbaar en ik besloot te proberen iets bij de kunstenares zelf te kopen. Zulke aankopen waren meestal voordeliger dan die via de handel en hadden bovendien het voordeel van een direct contact.

 

Een aankoop bij Germaine de Coster

ill1

Na een afspraak per brief, toog ik (1986) naar het typisch Parijse appartementen gebouw waar Germaine woonde. Het was een nieuwe ervaring om bij de buitendeur op een toetsenbord de van te voren opgegeven cijfercombinatie te moeten indrukken, alvorens de grote en zware houten deur kon worden geopend. In halflicht zag ik aan het einde van een hal zo’n typisch Frans liftje in open smeedwerk, net groot genoeg  voor twee personen. Mij leek de brede, er omheen gaande trap veiliger en zo kwam ik terecht op de verdieping van mevrouw De Coster. Na het aanbellen was te horen hoe iemand bij de deur, opnieuw groot en in hout, een eerste slot opende en dan nog één en zij vervolgens twee kettingen weghaalde, waarna de deur openging. Daar stond ze dan, een heel kleine en frêle oude dame. Ze had in haar werkkamer banden voor me klaargezet. Ze begon te praten over de bindkunst in het algemeen en stelde dat alles anders moest, dat de oude wegen moesten worden verlaten en nieuwe gezocht. Fel gesticulerend en met verve sprak deze vrouw van over de 90, aan het einde van een grootse carrière, over een revolutie die in de bindkunst moest plaatsvinden. Het was fascinerend! Na ruim een uur vroeg ze me waarom ik eigenlijk gekomen was. Ze toonde zich zeer verbaasd toen bleek dat ik graag iets van haar wilde kopen. Wat ze had laten zien was haar eigen collectie, betoogde ze, en die verkocht ze niet. Was het niet beter iets te kopen bij een handelaar? Toen haar duidelijk werd, dat zulks buiten de mogelijkheden viel en ze hoorde dat ik een vriend van Lecuire was, stond ze het de KB toch toe om haar exemplaar van La nuit bleue te kopen (Ill. 1). De band, toen pas twee jaar oud, is een van de laatste stukken. Een prijs werd genoemd en die viel binnen de mogelijkheden. Ik was meteen enthousiast; de vormgeving van de band toonde al iets van de revolutie waarover Germaine had gesproken. Maar hij kon niet meteen mee, want ze wilde er nog een doos voor laten maken. Toen hij vrij snel erna in de KB aankwam, bleek hij niet in zomaar een doos te steken, maar een van leer en met venstertjes in plexiglas waardoorheen de belangrijkste elementen van het decor te zien waren9ill 1 en 2). Die doos, kunstzinnig en passend bij de band, vormde een aangename verrassing van de kunstenares voor ons. Het behoeft geen betoog dat de band meteen tot de topstukken van de KB-collectie behoorde.

 

 

De geschiedenis van het boek
Om de abstracte vormgeving van de band te kunnen begrijpen, moet men iets van het boek en vooral de geschiedenis ervan weten. Pas dan wordt duidelijk waarom de vormgeving, in tegenstelling tot de banden om La nuit bleue die in Brussel geëxposeerd waren geweest, helemaal niet mooi is – de band is natuurlijk perfect uitgevoerd.
Pierre Lecuire schreef de tekst van het boek direct na de beroemde Parijse studentenopstand van mei 1968, uit enthousiasme over de veranderingen die zouden komen. De titel refereert aan de nacht van 10 op 11 mei, toen het Quartier Latin door studenten bezet werd en er tientallen barricades werden opgericht (‘nuit bleue’ staat voor een nacht met vele ongeregeldheden en aanslagen). Lecuire vroeg zijn vriend Fermin Aguayo twee gravures bij zijn tekst te maken en de uitgave kwam spoedig tot stand. Hoe snel men zo’n bijzonder boek ook maakt, er gaat toch altijd tijd overheen. Toen het klaar was en Pierre de exemplaren in handen kreeg, was al duidelijk dat de revolte uitdraaide op iets heel anders dan hij gehoopt had. Het boek was weliswaar mooi geworden, maar had door de snelheid toch niet de kwaliteit gekregen die Lecuire gewoon was. Teleurgesteld besloot hij de 40 exemplaren te vernietigen.

ill2

Waar Pierre toen niet aan dacht was dat er naast een handelsoplage ook een kleinere, van twintig buiten de handel was, met één van de prenten van Aguayo. Deze werd elders bewaard. Toen die hem onder ogen kwam waren zijn teleurstelling en woede voorbij. Hij vernietigde die niet, maar behield bijna alle exemplaren zelf, om ze door kunstenaars van een bijzondere band te laten voorzien, zoals die in Brussel, of weg te geven, zoals die van mevrouw De Coster.

 

Band en doos

De band  (ill 2 en 2) is uitgevoerd in boxcalf in heel helder blauw, en relateert daarmee aan de titel van het boek. Op beide platten zijn stukken haaienleer – echt haaienleer – in de lengte opgelegd, als was het om de haast extreme hoogte te accentueren. De opperhuid is wat kaal geschuurd – onder andere nodig om de harde haakjes die de huid van nature heeft weg te halen. De natuurlijke en onregelmatige structuur en vorm van het leer maken onderdeel uit van het ontwerp. In de huid zijn op enkele plaatsen gaten getrokken, langwerpig en in de lengte, die opgevuld zijn met roodbruin boxcalf, als ware het geronnen bloed. Daarin zijn uitgerekte stukken soldeer gemonteerd. Haai, bloed en metalen punten: het is duidelijk dat dit refereert aan de onregelmatigheden van de revolte. Maar zij hebben ook te maken met de ergernis van de auteur over wat er gebeurd was en zijn vernietiging van het grootste deel van de oplage. De rug van de band is vriendelijker, alsof die geïnspireerd was op de berusting die uiteindelijk over Lecuire kwam. De boektitel is er verhoogd aangebracht met enkele speerpuntige accenten in een wit metaal, vermoedelijk palladium. De naam van de auteur staat in hetzelfde metaal helemaal bovenaan en die van de graveur onderaan in roodbruine verf. Voor de volledigheid: dit exemplaar bevat ook enkele originele tekeningen van De Coster.

Het ontwerp van de twee jaar later ontworpen ‘bovenwaartse uitschuifdoos’ – het bovenste stuk wordt van het onderste afgeschoven – is ook rustiger. Maar de plexiglazen venstertjes zijn wel zo aangebracht dat enkele gaten in het haaienleer te zien zijn en het ‘bloed’ en de soldeer erin. De namen van auteur en graveur staan schuin naast de onderkant van de vensters op de voorkant van de doos, en de boektitel komt pas tevoorschijn als men hem opent.

 

Nu ik de band ruim vijfentwintig jaar na aankoop weer bekijk, constateer ik dat hij nog niets van zijn kracht en actualiteit heeft verloren. Op recente kunstboekbanden kan men eenzelfde spel met ongebruikelijke materialen, onregelmatige, natuurlijk vormen, het ten dele afschaven van de opperhuid en het aanbrengen van band-oneigenlijke materialen vinden. Voor mij is de band nog steeds een topper, die op indirecte en abstracte wijze en toch heel duidelijk het boek inleidt.